Glasblazen is een fascinerend ambacht. Er is veel aanleg, geduld en een goede opleiding voor nodig. Glas ontstaat uit vuur en “aarde”. Door de adem en de handen van de glasblazer krijgt het zijn unieke vorm. Rond het begin van onze jaartelling was men voor het eerst in staat om zand, kalk en soda tot een vloeibare massa te smelten. Het ambacht van glasblazen heeft in principe weinig veranderingen ondergaan sinds die tijd. Het glas van DutZ wordt in de glasfabrieken overwegend op de volgende manier geproduceerd.

Met een stalen pijp haalt men vloeibaar glas uit een oven. Indien er sprake is van gekleurd glas wordt er een fijngemalen glaspoeder op de bal gesmolten en gevangen tussen twee lagen blank glas. Het object wordt geblazen in een houten mal. Hierdoor krijgt het object voor de onderste helft  zijn vorm. De houten mal brandt bij iedere vaas een beetje uit, waardoor iedere vaas zijn eigen karakter heeft. Door een assistent wordt met een klein stukje heet glas een stalen staf (pontil) tegen de bodem gekleefd. De glasblazer breekt met een tik het object af van de blaaspijp. Het object wordt hiermee overgenomen door de pontil. Waar het glas aan de pijp zat is nu een gat. Door inwarmen in een oven op circa 1200 graden wordt het materiaal weer zacht en kan de meesterblazer de vaas de gewenste vorm geven. De rand wordt mooi afgewerkt.  Als het model klaar is wordt deze van de pontil afgetikt en gaat in de koeloven. Hierin wordt het glas langzaam gekoeld zodat het materiaal spanningsvrij is. Het breukvlak van de pontil wordt netjes weggeslepen.

Door de ambachtelijke werkwijze heeft ieder product van DutZ zijn eigen karakter. Kleine afwijkingen en bellen zijn geen fouten, maar horen bij het unieke proces van glasblazen.
img_1249_1